Categorieën bekijken

Paling in de Schildpadsoep

We beginnen dit verhaal over Paling in de Schildpadsoep in 1883: cIn een lezing op de Internationale Visserijtentoonstelling (South Kensington, Londen, 1883) beschreef Sir Henry een culinaire misstand in de elitaire kringen van die tijd als volgt:

“Ik zal slechts opsommen de Kommeraal — uitstekend voor soep en stoofschotels — de bron, zoals weinigen schijnen te weten, van al onze Schildpadsoep op zijn best, waarbij de Schildpad slechts de garnering en de naam levert; voorts de gehele stam der aalen, met hun overvloed aan vetbestanddelen; en de steur, wiens vlees in kwaliteit dichter dan enig andere vis bij dat van vlees nadert; benevens al de zoetwatervissen, zoals snoek, voorn, baars enzovoort, waarvan de aanvoer, vergeleken bij zeevis, beperkt is; waarna er nog een groot aantal vissoorten van mindere betekenis volgt, waarvan het opsommen in detail vervelend zou zijn.”

Kommeraal, vooral bekend onder de verwarrende naam Zeepaling, is de Conger conger, een in zee levende soort aal/paling, te onderscheiden van de Gewone aal, die in binnenwateren, maar ook veel in zee voorkomt. De officiele naam is Zeepaling – maar dat schept dus alleen maar verwarring. Traditioneel werd deze soort Kongeraal (een germanisme) of Kommeraal (een verbastering) genoemd. Ik zeg Kommeraal.

De Droom van de Wethouder #

Kort na de publicatie van Sir Henry Thompson volgt er een aantal reacties in de London Times (die ik nog niet te pakken heb kunnen krijgen). En kort daar weer na reageert de Punch van 24 november 1883. De Punch, dat is wekelijkse, harde satyre, met heel veel insider-grappen, die we nu niet meer allemaal begrijpen.

Demon Kommeraal: “Ha! Ha! Zie in mij de Ware Schildpad!
 Ho! Ho! Jullie moeten leren mij lief te hebben!”

Ó ‘ENERY THOMPSON! ‘ENERY THOMPSON, Ó!
Die culinair schrijver van ‘Seasons’,
Had kunnen vrij zijn van rijmpjes, maar nee, oh nee!
Hij was niet zo arm aan redenen
(Wat HOOD ook zegt), zoals jullie blijken,
Ó THOMPSON, die Sophonisby niet schreef!
Hij zou mij die verschrikkelijke droom niet geven,
Waarin ik nog steeds trillen moet.

Jij bent erger dan WERNON HARCOURT en zijn bende,
Die verwaande FIRTH, en BEAL de opblaasbare.
Die vent die in de “Telly” zo’n rotzooi schrijft
Over testitudi—iets onuitspreekbaars—
Is slecht genoeg met zijn lange kaak-gedoe;
Schildpad is Schildpad. Wie kan dat sterker zetten?
Maar ‘ang het allemaal, Sir ‘ENERY, jij bent woest.
Jij zegt dat het alleen maar CONGER is!

Kommeraal dan—nou, ik wil niet. Maar hij moet zijn
Zo wreed als een MANNING of een THURTELL,
Wie zou proberen en schudden, met zijn wilde fiddle-de-dee,
Een wethouder’s zoete vertrouwen in Schildpad!
Wat zou er overblijven? Hervorming zou haar weg kunnen vinden,
Als Schildpad zijn individualiteit verloor;
En aalen zouden heel aardig doen, stel ik mij voor,
Voor een Gemeentebestuur!

Die droom! Oh, het was verschrikkelijk! Want ik dacht
Dat ik gevangen zat, mijn voeten zwaar gewogen,
Terwijl ik met een hidjus ding wild vocht,
Net als die Python van Sir FREDERICK LEIGHTON.
Ik voelde mij als die drie partijen gevangen door slangen,
In dat oncomfortabele klassieke standbeeld.
Het Schepsel leek te grijnzen, “Ik zal je trillingen geven,
Oude Jongen, wanneer ik jou pak!”

Hij staarde en glunderde op mij als een haai,
Zijn mond verscheen als een zaagmolen in volle actie,
Hij sloeg zijn ‘orríd staart, en leek te blaffen;
Ik beefde als een blomonge, in stompe verbazing.

Dit gedicht is oorspronkelijk in London’s straat-dialect geschreven. Henry wordt daarin uitgesproken als ’Enery. De genoemde personen zijn: een paar restaurant-houders die zich in de Times verdedigden tegen zijn aantijgingen, een paar vaste Punch-mikpunten uit de politiek, een tweetal “bekende” moordenaars, een paar vijanden van Thompson waarmee hij nu op één lijn gesteld werd – een voor Punch karakteristieke verzameling.

Het Lied van Koning Kommeraal #

Slechts één week later doet de Punch er nog een schepje bovenop, met het volgende hekel-dicht, waarin Koning Kommeraal de lezer toespreekt:

Ha! ha! Dus ze hebben het geheim verklapt, makkers!
En u wordt bleek, nu u ontdekt dat u jarenlang
de goedgelovige prooi bent geweest van gewetenloze heren,
die met uw heilige soepterrine stenen hebben liggen keilen!

U zwoer dat geen bouillon rijker of sterker kon zijn,
aangenamer voor het gehemelte, van fijner smaak;
“Ware Schildpad”, makkers? — Laat u niet langer foppen.
Schrijf op uw menukaarten, in hoofdletters, KOMMERAAL:
— de smaak die u zo lang aanbad, is de MIJNE!

Ja, de mijne, en niemand anders! De Leng en de Witling,
even goedkoop te krijgen als Zeebrasem of Schelvis;
zelfs de Wulk kan een even smakelijke bouillon leveren,
maar, och! niet voor mijn prijs — “één duit per pond”!

Dus wat kan het mij schelen, als mijn smaakherinnering —
zeg maar: levertraan, vermengd met pure knoflook —
u een gerecht bezorgt, verrukkelijk, huiveringwekkend,
dat de kunstmatig duurdere Schildpad verijdeld hebbe,
boosaardig beest dat ik ben — u in het gelijk stelt!

Maar brom of grom: dappere Sir HENRY heeft het gezegd.
Analyseer, redeneer, doe wat u wilt —
mijn verschrikkelijke, vette, pikante smaak, zo gelaakt,
zál, slechts met Schildpad gegarneerd, u alsnog overwinnen.

Dus moge het zwakker blijken, moge het sterker bevonden,
u zult het moeten slikken, wat het ook zij;
kniel dan neer en tart mij niet langer:
“Drie borden Schildpad”? — U bedoelt drie borden KOMMERAAL!
Slik die verklaring, en slik daarna mij!

Sir Henry glipt tussen onze vingers weg #

In 1885 publiceert Sir Henry Thompson een volgend boek (“Food and Feeding”), en daarin “verklaart” hij in een voetnoot wat hij met zijn eerdere beweringen “bedoeld” heeft:

“Vorig najaar ontstond een amusante controverse doordat ik in een lezing had gesteld dat Schildpadsoep ‘op zijn best‘ [als we het zo gunstig mogelijk voorstellen] bestond uit een bouillon getrokken van de Kommeraal, waarbij de -pad de garnering en de naam leverde. De Schildpadsoep-bereiders snelden naar de drukpers — vooral enige welbekende kunstenaars aan het oostelijke einde van Londen, die een taal gebezigden die meer opviel door kracht dan door elegantie. Nimmer was er een treffender illustratie van het spreekwoord ‘wie zich excuseert, beschuldigt zichzelf.’ Ik had nooit enige beschuldiging tegen enige Schildpadsoepbereider geuit; ik had slechts de hierboven genoemde mening verkondigd — een mening waaraan ik nog steeds vasthoud. Veel minder nog was ik mij er schuldig aan gemaakt om in een van mijn geschriften te beweren dat de zojuist bedoelde kunstenaars ooit Schildpadsoep ‘op zijn best‘ [de beste soep die er is] hadden gemaakt!”

Alles bij elkaar was dit een ruzie in kleine kring, die door de Punch plotseling ruime aandacht kreeg, en bovendien in scherpe bewoordingen werd uitgevochten. Sir Henry Thompson deed duidelijk een vrij rauwe beschuldiging, en glipte daar later met slimme woorden weer tussenuit. Of Schildpadsoep in die tijd inderdaad vrijwel uitsluitend van Kommeraal gemaakt werd, zullen we wel nooit meer zeker weten…

Alle originelen zijn natuurlijk in het Engels. Ik heb die, met hulp van Proton-Lumo, vertaald.

Uitgeest, 2026-Oct-09, Willem Dekker