
In Nederland is het watersysteem sterk door de mens ingericht. Duizenden kilometers sloten, kanalen en polders worden gereguleerd met gemalen, sluizen en waterkeringen. Wat essentieel is voor waterveiligheid en landbouw, vormt tegelijkertijd een groot probleem voor de migratie van de Europese paling (Anguilla anguilla). Deze vis legt tijdens zijn leven een enorme trek af: van de Sargassozee naar Europese binnenwateren en uiteindelijk weer terug om zich voort te planten. Juist in Nederland, met zijn dicht gereguleerde waternetwerk, komt de paling daarbij tal van barrières tegen.
Een van de grootste knelpunten zijn gemalen. Nederland telt er duizenden, en vrijwel elke migratieroute van paling wordt hierdoor doorsneden. Onderzoek toont aan dat deze kunstwerken de trek van paling niet alleen vertragen, maar ook direct sterfte veroorzaken. Palingen die via een gemaal naar zee proberen te trekken, kunnen in pompen en turbines terechtkomen en ernstig beschadigd raken of sterven. Zelfs wanneer ze het overleven, kan het passeren van een gemaal leiden tot uitputting of desoriëntatie.
Naast directe sterfte is er ook sprake van zogenoemde “barrièrewerking”. Palingen aarzelen vaak bij een gemaal en blijven soms dagen of zelfs weken hangen voordat ze doorgaan. Dit zorgt voor vertraging in de migratie, wat cruciaal kan zijn omdat de trek naar zee sterk tijdgebonden is. Als palingen te laat vertrekken, kan dit hun voortplantingssucces negatief beïnvloeden.
Ook voor jonge paling, de glasaal, vormen deze barrières een groot probleem. Bij hun intrek van zee naar zoet water zijn gemalen en sluizen vaak de eerste obstakels die zij tegenkomen. Veel van deze jonge dieren weten simpelweg niet verder landinwaarts te komen. In sommige gevallen functioneren gemalen zelfs als een soort “val”, waarbij de aantrekkende stroming de glasaal naar een punt leidt waar doorgang nauwelijks mogelijk is.
Het probleem wordt versterkt door de schaal waarop deze barrières voorkomen. In Europa zijn er naar schatting meer dan een miljoen obstakels in riviersystemen, en Nederland is daarin een extreem voorbeeld door zijn fijnmazige waterbeheer. Hierdoor is de natuurlijke verbinding tussen zee en binnenwateren grotendeels verbroken. De paling, een soort die volledig afhankelijk is van vrije migratie, wordt daardoor ernstig in zijn levenscyclus belemmerd.
Hoewel er steeds meer aandacht is voor oplossingen, zoals visvriendelijke pompen enIn Nederland is het watersysteem sterk door de mens ingericht. Duizenden kilometers sloten, kanalen en polders worden gereguleerd met g zijn deze nog lang niet overal toegepast. De hoge kosten en technische uitdagingen maken dat aanpassingen vaak slechts op beperkte schaal plaatsvinden.
Toch is er ook goed nieuws. #
In Nederland groeit de samenwerking tussen vissers, natuurorganisaties en overheden. Initiatieven zoals Paling over de Dijk, het uitzetten van glasaal en het werken met het duurzame blauwe label (ESF) laten zien dat er actief wordt gewerkt aan herstel. Steeds meer barrières worden aangepakt en kennis wordt gedeeld, waardoor de overlevingskansen van de paling langzaam verbeteren.
De weg is nog lang, maar de richting is duidelijk: stap voor stap wordt het watersysteem weer toegankelijker. Door bewuste keuzes van zowel sector als consument kan de paling ook in de toekomst een plek behouden in onze wateren én op ons bord. Daarom is de Dag van de Paling zo belangrijk, samen de oer Nederlandse cultuur bewaken, beheren en behouden.
