Spaarndam: waar de geschiedenis van de paling al meer dan 700 jaar leeft

Wie aan paling denkt, denkt vaak aan Volendam, Harderwijk of Elburg. Toch behoort ook Spaarndam tot de bakermatten van de Nederlandse palingcultuur. Al ruim zeven eeuwen vormt het karakteristieke dorp aan de monding van het Spaarne een onlosmakelijk onderdeel van de geschiedenis van de aalvisserij. Hier kwamen waterbeheer, handel, vakmanschap en gastronomie samen, waardoor Spaarndam uitgroeide tot een echt palingdorp.

De dam die alles veranderde

Rond het begin van de dertiende eeuw werd het Spaarne afgedamd om het achterland en de stad Haarlem te beschermen tegen het zoute water van het IJ. Tegelijkertijd werden sluizen aangelegd om het waterpeil te reguleren en de scheepvaart mogelijk te maken. Rond deze sluizen ontstond het dorp Spaarndam, dat al snel een belangrijke schakel werd in de binnenvaart én de visserij.

Voor de Europese aal betekende de aanleg van de sluizen een nieuw obstakel tijdens zijn eeuwenoude trek tussen de Sargassozee en de Nederlandse binnenwateren. Juist daardoor werd Spaarndam een ideale plek om paling te vangen. Jaar na jaar trokken grote aantallen aal langs de sluizen, waar vissers hun fuiken en andere vistuigen plaatsten.

Paling als bron van welvaart

In de Middeleeuwen was paling een geliefde en waardevolle vis. Tijdens de vele katholieke vastendagen mocht geen vlees worden gegeten, maar vis wel. Daardoor was de vraag naar paling groot en groeide de aalvisserij uit tot een belangrijke economische activiteit.

Spaarndam profiteerde volop van die ontwikkeling. Rond de Kolksluis vestigden zich vissers, handelaren, scheepslieden en ambachtslieden. De vangst vond zijn weg naar Haarlem, Amsterdam en andere Hollandse steden, waar gerookte en verse paling hoog stonden aangeschreven. De visserij vormde eeuwenlang een belangrijke bron van inkomsten voor veel gezinnen.

Strijd tussen waterbeheer en visserij

De paling bracht niet alleen voorspoed, maar zorgde ook regelmatig voor discussie. De belangen van de vissers stonden soms haaks op die van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Voor een goede palingtrek moesten sluizen op bepaalde momenten worden geopend, terwijl waterbeheerders juist het waterpeil wilden beheersen om overstromingen te voorkomen.

Deze conflicten liepen in de zestiende eeuw soms hoog op. Uiteindelijk werden afspraken gemaakt over het gebruik van de sluizen en de palingvisserij. Daarmee behoort Spaarndam tot de plaatsen waar waterbeheer en visserij al vroeg gezamenlijk werden geregeld.

De eerste vispassage van Nederland

Een bijzonder hoofdstuk uit de geschiedenis is het zogenaamde lekgat in een sluisdeur. Via deze kleine opening konden palingen tijdens hun trektocht de sluis passeren. Tegelijk bood het de vissers de mogelijkheid om de aal efficiënt te vangen.

Historici beschouwen deze voorziening als een van de oudste vormen van vismigratie in Nederland. Daarmee speelde Spaarndam al eeuwen geleden een rol in de relatie tussen waterbeheer en de natuurlijke trek van vissen.

Een dorp dat naar paling rook

In de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw beleefde de palingvisserij haar bloeiperiode. Langs de kades lagen vissersschepen en tochtschuiten, terwijl in het dorp paling werd gerookt volgens traditionele methoden. De geur van rokende paling hoorde net zo bij Spaarndam als de sluizen en de scheepvaart.

Mede door de rokerij van de firma S.W. Balm (1832) kreeg de gerookte paling uit Spaarndam een uitstekende reputatie. Dankzij de gunstige ligging kon de vis snel worden vervoerd naar de markten van Haarlem en Amsterdam, waar de vraag groot bleef. De naam Spaarndam werd daardoor steeds meer verbonden met kwaliteit en vakmanschap.

Van vissersdorp naar internationale groothandel

Nog altijd staat Spaarndam bekend als een historisch palingdorp. In de twintigste eeuw veranderde de visserij ingrijpend. Nieuwe waterwerken, veranderende waterkwaliteit en strengere regelgeving maakten dat de beroepsvisserij steeds kleiner werd. Daardoor ontstond in de jaren 50, 60 en 70 een grootschalige import en export van levende paling door de firma’s W. Kok en palinghandel Joh. Kuijten van en naar Spaarndam. Eerst met schepen vanuit de Baltische zee, het Middellandse zeegebied, Engeland, Ierland en Noord-Amerika. Later per vrachtwagen door heel Europa.

De paling verdient een plaats in ons erfgoed

De geschiedenis van Spaarndam laat zien dat paling veel meer is dan een delicatesse. De aal heeft eeuwenlang bijgedragen aan de economie, het waterbeheer, de handel en de culinaire tradities van Nederland. Dorpen als Spaarndam bewijzen hoe nauw onze cultuur met deze bijzondere trekvis is verbonden.

Tijdens de Dag van de Paling staan we daarom niet alleen stil bij de smaak van ambachtelijk gerookte paling, maar ook bij het verhaal erachter. Een verhaal van vissers, rokers, handelaren, sluizen en vakmanschap dat al meer dan zevenhonderd jaar wordt doorgegeven.

Want wie de geschiedenis van de Nederlandse paling wil begrijpen, kan niet om Spaarndam heen. Er wordt nog altijd dagelijks paling gerookt door Holland Paling. Een samenwerking tussen de families Balm en Kuijten, opgericht in 1983. Beide families kennen een lange historie in de paling die teruggaat tot in de 19e eeuw.

Holland Paling BV
Spaarndammerdijk 101A
2063 JX Spaarndam West

+31 23 538 4393
+31 6 3408 6613 
info@hollandpaling.nl

Vergelijkbare berichten